Kerkelijke uitvaart

Afscheid nemen doet altijd pijn. Zeker als sprake is van een langdurig afscheid. 
‘Langdurig’ zeker maar niet ‘voor altijd’, omdat wij geloven dat God ons eens weer samenbrengt als Hij ons allemaal thuisbrengt bij Hem, in het Hemelse Jeruzalem.

Dat neemt niet weg dat de dood van een dierbare veel teweegbrengt. Niet alleen moet er veel worden gedaan en georganiseerd. Denk aan de rouwkaarten, de teksten, bloemen. Ook moet worden nagedacht hoe het afscheid vorm moet krijgen. Daarbij gebeurt er veel in je hart. Je moet afscheid nemen van iemand van wie je veel houdt. Er breekt een nieuwe fase aan in het leven. Gevoelens van het verdriet en het gemis komen los.

“Wij moeten niet bedroefd zijn, zoals de heidenen, die geen hoop hebben”, schrijft de apostel Paulus (in zijn eerste brief aan de Christenen van Tessalonika – 1 Tess. 4,14). Daar zit veel waars in. Want wij geloven dat, hoewel Jezus is gestorven, God Hem heeft doen opstaan uit de doden. En ook dat God iedereen “die in Jezus is ontslapen levend met Hem meevoert” (zie: 1 Tess. 4,17). Daarom leven wij met die hoop, waarover de heilige Paulus schrijft. En daarmee krijgt afscheid nemen van een dierbare meteen een zinvollere betekenis. Ons afscheid is geen ‘vaarwel’, maar een ‘tot ziens’. Want na onze dood – zo geloven wij – “zullen wij voor altijd samen zijn met de Heer” (1 Tess. 4,18).

“Troost elkander dan met deze woorden”, schrijft de apostel Paulus vervolgens. En dat doen we, telkens als we in onze gemeenschap afscheid nemen van een broeder of zuster in Christus.

Heilige Mis van Requiem of uitvaartmis

Avondwake

Viering van Woord en gebed

R.K. uitvaartvereniging Sint Barbara

Het regelen van een uitvaart

Kloosterhof: rouwkamer / condoleance