Het hoofdaltaar en de zijaltaren op het priesterkoor

Bij het binnenlopen van de kerk valt onmiddellijk het hoofd- of hoogaltaar op. Dit altaar staat ad orientem, naar het Oosten, zoals gebruikelijk was bij de bouw van katholieke kerken.
Aan dit altaar las een priester elke dag de Heilige Mis. Het altaar herbergt ook het tabernakel, waar de geconsacreerde hosties, het Lichaam van Christus, worden bewaard. Op de deuren van het tabernakel zijn twee cherubs (engelen) afgebeeld, op de wijze van de beschrijving in het Bijbelboek Exodus (Oude Testament) van de Ark des Verbonds. Boven het tabernakel was een ruimte voor de uitstelling van het Allerheiligst Sacrament (in een monstrans), normaal staat er (zoals nu) een koperen kruisbeeld.

Links van het hoofdaltaar hangt de godslamp. Als de kaars in de godslamp brandt wil dit aangeven dat Ons’Heer die in het tabernakel bewaard wordt, aanwezig is.

Het hoofdaltaar is een neogotisch altaar uit 1906, gemaakt door de firma Maas uit Haarlem van zeven soorten marmer en zandsteen. In het midden van het altaar (dat er uitziet als een tombe van zwart marmer) is het Lam Gods afgebeeld, met een kruisvaan en het Boek met de zeven zegels (zie: Boek van de Openbaring), met links en rechts een engel met een muziekinstrument in zijn hand.

Het retabel van het altaar toont links een afbeelding van de Bruiloft van Kana (zie: Joh. 2,1-11) en rechts een afbeelding van de wonderbare broodvermenigvuldiging (zie: Mt. 15,32-38, Mk. 6,35-44, Lc. 9,12-17 en Joh. 6,5-13). Het zijn duidelijk verwijzingen naar het hemelse brood en de beker van het heil, de eucharistische gaven voor de heilige Mis.

In de mensa (het altaarblad) zijn op 21 december 1906 door de toenmalige deken van Alkmaar relieken geplaatst van de heiligen Fortunatus en Felicitas. Links staat het altaarmissaal, waarin het misformulier (de orde van de Heilige Mis) en de dagelijks wisselende gebeden zijn opgenomen.

Zowel links als rechts van het hoofd- of hoogaltaar zijn in het priesterkoor twee zijaltaren geplaatst. Zij zijn door dezelfde firma in dezelfde stijl als het hoofdaltaar opgebouwd.
Links is het Heilig Hartaltaar uit 1906. Het neogotische Heilig Hartbeeld komt uit München en is door enkele parochianen aan de kerk geschonken. Naast het beeld zijn reliëfs aangebracht met voorstellingen van de geestelijkheid, van paus, kardinaal, bisschop en priester (links) en de burgerlijke maatschappij, van koning, burger en boer (rechts). De Latijnse tekst zegt: Zij die mijn hart vereren, zullen het noodzakelijke voor hun leven ontvangen. In het altaar bevinden zich (zeer waarschijnlijk) relieken van de heilige martelaren Fidelis en Redempta.
Rechts is het Maria-altaar uit 1911. Door geldgebrek kon in 1906 geen apart Maria-altaar worden gemaakt, en zo werd aanvankelijk het oude hoofdaltaar van de kerk als tijdelijk Maria-altaar in de nieuwe kerk gebruikt. Maar in 1911 werd toch een nieuw altaar geplaatst, toegewijd aan Maria, de moeder van Jezus. Centraal staat een beeld van Maria met het Kindje Jezus op haar armen. In het altaar wordt een reliek bewaard van de heilige Leonardus a Portu Maurizio. Deze reliek werd oorspronkelijk bewaard in het hoofdaltaar van de oude kerk.
Beide zijaltaren weerspiegelen de populariteit van de volksdevotie in de jaren voor en na de eeuwwisseling van 1900: de devotie voor de heilige Maagd Maria en voor het heilig Hart van Jezus.

De communiebank en het huidige altaar

In een katholieke kerk is er een scheiding tussen het priesterkoor, waar zich het altaar met het tabernakel bevindt (de ruimte bedoeld voor de priester en zijn assistenten), en de rest voor het volk, de overige gelovigen. Deze scheiding werd gevormd door de communiebanken, waaraan de gelovigen knielden om de heilige Communie te ontvangen. Bij de bouw van de kerk werden (ter besparing van kosten) de communiebanken uit de vorige kerk geplaatst. Pas in 1916 kwamen nieuwe communiebanken. In 1956 b.g.v. het vijftigjarig jubileum van de kerk werden de houten communiebanken vervangen door nieuwe, smeedijzeren communiebanken. Op deze communiebanken zijn eucharistische motieven aangebracht als korenaren, druiven, een broodkorf met erboven een vis, als ook verrijzenismotieven als de pauw (Romeins-heidens symbool van eeuwigheid) en de walvis (naar het verhaal van Jona). Deze kerkbanken verdwenen in 1975 en werden vervolgens gebruikt om het nieuwe altaar en de ambo (lezenaar) te maken.