28 AUGUSTUS: H. Augustinus van Hippo (354-430)
Aurelius Augustinus is één van de grootste kerkvaders van de Kerk. Als jongeman was hij niet geïnteresseerd in het christendom en joeg een carrière na als retoricus; hij werd daarin eerst leraar in Carthago (Tunesië) en later aan het hof van Milaan. Hoewel Augustinus eerst het manicheïsme als geloof aanhing, zwoer hij dat later af; zowel door toedoen van zijn moeder H. Monica (feest 27 augustus) als door de preken van de bisschop van Milaan, H. Ambrosius (feest 7 december), die Augustinus met Pasen 387 zou dopen.
Aan zijn bekering ging het beroemde Tolle Lege (lett: Neem op en lees) verhaal vooraf: hij zou kinderen dit hebben horen roepen, waarna hij naar huis ging, de Bijbel willekeurig opensloeg en las dat hij zich moest ontdoen van ontucht en losbandigheid.
Hij schreef zijn beroemde Belijdenissen. Hij stichtte in Hippo een leefgemeenschap, de augustijnen, voor wie hij een regel schreef. Augustinus benadrukte sterk het belang van Gods genade. Zijn relieken rusten in Pavia, Italië. Augustinus werd in 1295 uitgeroepen tot kerkleraar en is samen met Ambrosius, Hiëronymus en Gregorius de Grote één van de vier grote Westerse kerkvaders. Hij is patroonheilige van o.a. theologen, bibliothecarissen en boekbinders.
